Online poetsinstructie

Na het poetsen: gebruik eventueel regelmatig ’s avonds plaqueverklikker-tabletten (‘disclosing tablets’) die na kapotbijten en spoelen verraden waar niet goed werd gepoetst. Wat niet goed schoon is gemaakt kleurt dan rood en wijst zo op tekortkomingen. Dat kan helpen om te leren waar het wel of (nog) niet goed gaat.

Begin met de tanden en kiezen in de bovenkaak. Houd de borstel zoals aangeduid op de foto (onder een hoek van ongeveer 45°). Plaats de borstel boven de draden en de brackets, op de rand van tandvlees en tand. Maak 5 à 10 felle korte bewegingen heen en weer, waarbij de haren van de borstel een beperkte uitslag maken (lange halen geven de haren minder de kans overal goed tussen te komen!). Schuif dan de borstel een stukje op naar een aansluitende plaats en maak weer dezelfde felle korte bewegingen enz. Zorg ervoor dat het tandvlees wordt meegepoetst! Let op dat er niet teveel druk wordt uitgeoefend (‘haren alle kanten op geperst’) en niet te weinig (‘aaien’).

Plaats weer de borstel boven de draden en brackets, maar nu zo, dat juist in de apparatuur wordt gepoetst. Maak dezelfde poetsbewegingen zoals hierboven werd uitgelegd.

 

Plaats de borstel onder de draden en brackets zo, dat vanaf de snijrand en het kauwvlak van de tanden en kiezen in de apparatuur wordt gepoetst. Maak weer dezelfde bewegingen met de borstel als hiervoor. Maak nu de tanden en kiezen in de onderkaak schoon op dezelfde manier als in de bovenkaak (1,2 en 3).

 

Poets de binnenkant van de tanden en kiezen in de boven- en onderkaak door ook hier de borstel onder een hoek te plaatsen en de korte felle bewegingen te maken.

Poets de kauwvlakken van je kiezen in boven- en onderkaak door de borstel er recht op te zetten en wat grote schrobbewegingen te maken. Spoel je mond, ook tussendoor af en toe.

Gebruik een ragertje om de randen van de brackets in detail schoon te maken en om het tandvlees tussen de tanden te poetsen. Kijk zorgvuldig in een spiegel of alle voedselresten zijn verwijderd en de beugel goed schoon is.

7A Plaats het flossdraad achter de draad

7B Floss langs de draad

7C Floss langs het tandvlees

7D Floss tussen de tanden

Tot slot is het verstandig om te flossen. Dit is met een vaste beugel gewoon mogelijk, maar men moet het even gewoon raken.

Neem een stuk flossdraad van circa 15 cm en steek een uiteinde onder de draad van de beugel (figuur 7a). Reig het floss vervolgens langs de binnenzijde van de draad zodat beide uiteinden vastgenomen kunnen worden (figuur 7b).

Neem de uiteinden van het flossdraad en wikkel ieder uiteinde om een duim. Neem het flossdraad tussen duim en wijsvinger, breng het langs de tandhals tot tegen/ onder het tandvlees (figuur 7c).

Buig het flossdraad iets om de contour van de tand en ga met zagende bewegingen van het tandvlees naar de snijrand/ het kauwvlak (figuur 7d).

Deze zijde van de tand is nu schoon. Neem een nieuw stuk flossdraad door dit af te wikkelen van je ene duim en op te wikkelen op je andere duim; ga in dezelfde interdentale ruimte weer tot tegen onder het tandvlees, maar buig het flossdraad nu om de andere tand. Ga weer met zagende bewegingen van het tandvlees naar de snijrand/ het kauwvlak.